Moespot Achterveld

Contact

Adres:
Jan van Arkelweg 6
3791 AC Achterveld
Plan je route

Het object uit 1912 en 1920 is vanuit stedenbouwkundig, architectuurhistorisch en cultuurhistorisch oogpunt van lokaal belang vanwege vrijwel gaaf bewaarde drieklassige school uit 1912.
Met zeer rijk gedetailleerde oorspronkelijke voorgevel en gaaf bewaarde interieurdetails als deuren, tochtportaal en terrazovloeren en het in stijl daarop aansluitende bouwdeel uit 1920 ontworpen door dezelfde architect.

Vanwege de opvallende ligging met de voorgevel georiënteerd op (de voorganger van) de Rooms Katholieke St.Josephkerk behorend tot de geschiedenis van de Rooms Katholieke St.Josephparochie als historische plek waar aan het einde van WOII, op 28 april 1945, een Voedselconferentie plaats vond tussen bezetter en de geallieerden.

Deze voormalige drieklassige RK lagere school werd gebouwd naar ontwerp van architect J.H. Hogenkamp uit Doesburg in 1912, in opdracht van de RK parochie.

De toenmalige pastoor, M. Moes legde de eerste steen. Het opschrift ervan luidt: “M. Moes pastoor 2-11-1912 J.H. Hogenkamp architect Doesburg”.

In 1920 vond een uitbreiding met twee lokalen en een grotere ruimte plaats, eveneens naar ontwerp van J.H. Hogenkamp. Dit is onder meer te zien aan de toepassing van identiek geprofileerd kozijnhout. Ook in 1949 en 1954 werd een lokaal aan de school toegevoegd, dit maal naar ontwerp van architect Dijkman.

Bij verbouwing tot sociaal centrum met de naam De Moespot (naar pastoor Moes) werd een deel van de aangebouwde lokalen gesloopt. Het oorspronkelijke gebouw uit 1912 is daarbij grotendeels intact gebleven.

Op 28 april 1945 vond een belangrijk historisch feit plaats in deze school: een Voedselconferentie waarop Rijkscommissaris Seys Inquart toestemming gaf tot voedseldistributie aan hongerend West-Nederland. Voorwaarde was, dat de geallieerden vóór de stellingen van de Grebbelinie zouden blijven en West-Nederland niet zouden aanvallen.

Architectonische omschrijving:
Met de kopse gevel aan de Jan van Arkelweg gelegen, in oorsprong drieklassig schoolgebouw uit 1912, opgetrokken in baksteen (kruisverband) en gedekt met een plat dak met overkragende bakgoot.

De goot rust op bewerkte houten klossen. Eronder is een bakstenen tandlijst.

De oorspronkelijke voorgevel van het gebouw is haaks op de Jan van Arkelweg gelegen en gericht op de St. Josephkerk. De gehele gevel is voorzien van speklagen, ornamenten en aanzet- en sluitstenen van witte verblendsteen. De plint is iets uitgemetseld met aan de bovenzijde een fel rode bakstenen rand. Evenredig verdeeld zijn er zes ronde ontluchtingsgaten met gietijzeren roosters.

Geheel links op het dak staat een baksteenornament met bolvormig gecementeerd uiteinde. Voorheen stond op de rechter hoek eenzelfde ornament. De voorgevel is driebeukig van opzet. In elk van de drie beuken zijn twee schoolramen aangebracht. De ramen zijn vernieuwd maar in de oorspronkelijke, geornamenteerde kozijnen gevat en voorzien van stenen vensterbanken bestaande uit dakpansgewijs gelegde bakstenen. De middenbeuk is licht risalerend en heeft een rijk geornamenteerd baksteenfronton met topgevelornamenten (een kleine variant van het hoekornament links op het dak).

In het midden een poer waarop een hardstenen kruis. Ter weerszijden van het fronton is een opengewerkte borstwering en een bakstenen schoorsteen, voorzien van gietijzeren roosters. Onder het fronton een smeedijzeren vlaggenstokhouder en een driepas met gecementeerde band waarin de naam “St.Josephschool”. Vlak boven de plint bevindt zich de eerste steen.

Aan de rechterzijde is een lokaal van jongere datum, dat buiten de bescherming valt. Ook de uitbouwen aan de achterzijde vallen buiten de bescherming, uitgezonderd het gedeelte met de deur met bovenlicht en een vierruits raam (in oorspronkelijk kozijn), dat deel uitmaakt van het bouwdeel uit 1912. Aan de zijde van de Jan van Arkelweg bevindt zich nu de hoofdingang.

Voor de ingang is een stoep van twee treden met bordes en zijmuurtjes met ezelsrug. De gevel heeft banden van witte verblendsteen en in de plint ronde ontluchtingsroosters. Door middel van lisenen is de gevel geleed in drie beuken. De rechterbeuk is blind: dit is de kopse gevel van het bouwdeel uit 1912.

In de middenbeuk is de hoofdingang, bestaande uit een dubbele deur met zij- en bovenlichten, voorzien van aanzet- en sluitstenen van witte verblendsteen. In de linkerbeuk (1920) zijn twee schoolramen gevat in hetzelfde kozijnhout en met identieke vensterbanken, aanzet- en sluitstenen als het bouwdeel uit 1912.

Interieur: Van het gedeelte uit 1912 en 1920 is de oorspronkelijke indeling bestaande uit de gang en drie klaslokalen grotendeels bewaard gebleven, evenals details zoals de deuren voorzien van omlijstingen met hardstenen neuten en de terazzovloeren. Ook het tochtportaal van de oorspronkelijke hoofdingang (aan de andere zijde van het gebouw tegenover de huidige hoofdingang) is nog aanwezig.